Composities voor Fullband:
- Concertwerken
- Solowerken
- Openingstunes
- Koralen en hyms
- Taptoe
- Marsen
- Paso dobles
- Walsen en Polka's
- Lichte muziek
- Solo t/m octet
- Orkeststudies

Composities Youthband:
- Concertwerken
- Vario, variabele bezetting
- Solowerken
- Marsen, walsen en polka's
- Lichte muziek
- Kerstmuziek


Overige composities:
- Koor, vocal met orkest
- Accordeon orkest
- Piano


 


Orkeststudies

 

Graad

Duur

Orkest

Uitgever

Choral Tunes (intonatie)

Directiepartij en negen driestemmige boekjes voor bij elkaar passende instrumenten bijv. Fluit/ oboe.

Studies in zuiverheid en intonatie.

In de voorafgaande toonladder tekent de speler de deviatie’s (natuurlijke afwijkingen) aan. Hij ziet de accoordencombinaties vooraf en kan preventief corrigeren.

 Zie voorbeeld van een ingetekende toonladder voor bijv. Trompet. Kan ook als orkest gebruikt worden, en ook als groepsles aan de muziekschool.

1-4

13 x  1 ½

VAR.

HAFA

BRA

Kwartet

Molenaar

Electric Seven

Studiewerkje t.b.v. onregelmatige maatsoorten, melodisch.

2

4

HAFA

Molenaar

First Dynamic Suite  (graad 2 / duur 8 ½ /HAFA /Rundel)

Studiewerk in dynamiek, orkestbalans, klankkleur, articulatie, uitdrukking (betekenis der aanduidingen) en doorzichtigheid.
1.Contrasts
In maat 5 wordt een register-crescendo gemaakt. Eerst worden de zwakkere instrumenten (die vooraan zitten dus) sterker, daarna de middengroep, dan het koper, daarna het slagwerk. Dminuendo, omgekeerd. Registerdynamiek dus. Daarna speelt men de eerste vier maten met dit in gedachten. De orkestklankkleur wordt bepaald. Let op de stabiliteit (een exact gelijkblijvende sterkte wordt verlangd). Na maat 21 wordt gemusiceerd in stabiele dynamiek en overgangsdynamiek. Hou deze zaken gescheiden. Niet op gevoel, niet willekeurig.

2. Caprice
Wat betekenen de tekens en aanduidingen? Wat bedoelt de komponist? Voer de accenten binnen het karakter uit.
3. Minuet
Gaat om de verhouding in klanksterkte tussen staccato-noten en legato-noten. Beheers de ademhaling en ademsteun.
4. Fanfare
Articulatie! Speel voor de doorzichtigheid de snellere notenwaarden iets of veel sterker. Oefen dit desnoods eerst met een toonladder. Na maat 186 is er door de komponist tegengekomponeerd. Als u speelt wat er staat en bovenstaande adviezen niet volgt, zal dit fragment als een troebele wolk klinken.

Met het spelen van dit werk worden de musici weer eens bewust gemaakt van iets dat men al weet, maar ook meestal vergeet. (zie voor vervolg Sound Studies)

Five for the blues

Studiewerk in stemvoering en 5/4 maat.

3

HA

Molenaar

Little Scherzo

Syncopation en metriek

2

3

VAR

Tierollf

Sound Studies  (3) (graad 3-6 /8 ½ /HA /Rundel)

Vervolg op First Dynamic Suite.

Vooral ook gericht op de communicatie.
1.Phrasing and Balance (frasering en klankbalans)
In de eerste 16 maten wordt een pyramide gebouwd. Luisteren naar elkaar en in dezelfde klanksterkte aanzetten. Het bevorderen van zelfvertrouwen bij de 2de en 3de stemmen. Na maat 17: De frasering in grote lijnen denken, ook al heeft men maar een klein fragment van het thema  te spelen. Luisteren en meebeleven.
2. Phrasing and anacrouse (frasering en opmaat)
Bij een muzikale frasering en interpretatie is een goed uitgevoerde opmaat meestal bepalend voor de verdere spanning in de melodie. Daarna hoeft alleen nog het hoogtepunt en de bouw van de frase (voorzin-nazin, doorgekomponeerd enz.) geinterpreteerd te worden. Een opmaat speelt men altijd naar het zware maatdeel toe en is zeer nauw verbonden met de metriek. Dit betekent in de praktijk iets zachter beginnen. Is de metriek eenmaal duidelijk dan is het voldoende wanneer de interpretatie van de opmaat alleen gevoelsmatig aanwezig is.
Tip als studie: Denk tekst bij de thema’s. B.V. Berlin (opmaart) München (geen opmaat)
3. Slurs en bows (fraseringsbogen, legatobogen (verlengingsbogen))
Ook hier weer zo lang mogelijke fraseringsbogen maken. Ook al staat er geen boog, de fraseringskurve loopt van maat 1 t/m 8. Daarna van maat 9 t/m 17 enz. Denk aan de klankbalans tussen de lagere en hogere noten in de thematiek. Dat kan voor elk instrument anders zijn, bijv. het lage register van de saxofoon klinkt sterker dan het hoge register. Bij de trompet is dat andersom. Bij legatospel stabiel van dynamiek blijven, de luchtstroom doorzetten.